1. Ringstation Westenschouwen

Een van de circa acht ringstations direct aan de Nederlandse kust en de enige in Zeeland die zich specifiek concentreren op ringonderzoek van vooral zangvogels in de najaarstrek. Het ringstation is daar gevestigd sinds 1960 en heeft een rijke historie opgebouwd. Ze heeft een lange reeks data opgebouwd en inzicht gebracht in de verandering van patronen en intensiteit van trekvogels in het algemeen en specifiek na aanleg van de Oosterscheldekering en de aanleg en ontwikkeling van plan Tureluur.

2. CES Project Gouderak

Een lang lopend onderzoek naar broedvogelpopulaties in een veranderende omgeving. Het onderzoekgebied ligt in een boezem midden in het veenweidegebied van de Krimpenerwaard. Dit project is een samenwerkingsverband met het Zuid-Holland Landschap. Er wordt verder ook onderzoek gedaan naar vogelziekten en trekgedrag van zangvogels door middel van geolocators.

3. Vogelonderzoek Haastrecht

Broedvogelinventarisaties en ringonderzoek in een nieuw aangelegde natuur en recreatiegebied. Na de herinrichting van de polder was er aanleiding voor Stichting Nebularia om in samenwerking met het Zuid-Hollands Landschap de broedvogelmontoring te intensiveren en dit jaarlijks te koppelen aan ringonderzoek. De doelstellingen waren om meer inzicht te krijgen over:

  • Het effect van de inrichting op de bestaande broedvogelpopulatie?
  • De vestiging van nieuwe vogelsoorten in het gebied?
  • Welke moeraszangers maken tijdens de najaarstrek gebruik van het gebied als stop-over?
  • Waar komen deze vogels vandaan en hoelang blijven doortrekkers gemiddeld in het gebied?

4. Project RING-MUS

MUS staat voor Meetpunt Urbane Soorten. Het is een kleurringprogramma voor vogels in stedelijke gebieden om de oorzaken van voor- of achteruitgang vast te leggen. Om de oorzaak van de achteruitgang te bepalen zijn gegevens over reproductie, overleving en conditie van deze vogels belangrijke indicatoren.

5. Uilenonderzoek Krimpenerwaard

Een samenwerkingsverband met een van de werkgroepen binnen de Natuur en Vogelwerkgroep de Krimpenerwaard. Het onderzoek is begonnen om de steeds maar teruglopende steenuil populatie een halt toe te roepen onder meer door nestkasten aan te bieden en te inventariseren. Na de definitieve vestiging van Kerkuilen zijn die in het onderzoeksprogramma meegenomen. De ontwikkeling van beide populaties, die hoofdzakelijk in nestkasten broeden, wordt jaarlijks gemonitord en de pullen geringd.

6. Akkervogelproject

Dit is een onderzoek binnen het Partrigde Project van het Zeeuwse Landschap. We gaan kijken naar de conditie van zangvogels die in de winter gebruik maken van de akkerranden in relatie tot het voedselaanbod. Gelijktijdig zal voedselaanbod door het Zeeuws Landschap gemonitord worden. Secundair hieraan is inzichtelijk te krijgen waar ze naar toe vliegen bij schaarste van het daar aanwezige voedsel en waar hun broedgebieden liggen. Er zullen gelijktijdig tellingen gehouden worden om de aantalsontwikkeling en de soortdiversiteit vast te leggen.

Foto’s van vinken en kepen door Jannie Timmer